Ecologie & verspreiding
Alle Taphrina-soorten zijn parasitair op levende planten (biotrofe parasieten). Het grootste deel van het jaar leven ze als gisten ongezien op de waardplant waar ze geen mycelium van hyfen of draden en geen vruchtlichamen vormen. De asci bevinden zich eenvoudigweg op de oppervlakte van de gal. De asci zijn er maar een korte periode van het jaar. In het voorjaar infecteert de schimmel de uitlopende knoppen; de plant reageert daarop met de vorming van gallen, die bij T. sadebeckii de vorm van kleine bladblazen hebben. Er wordt van uitgegaan, dat alle Taphrina-soorten waardspecifiek zijn. Een juiste determinatie van de waardplant is dan ook van belang. In Nederland is T. sadebeckii een vrij zeldzame soort. Theoretisch gezien kan deze voorkomen daar waar elzen staan, bijvoorbeeld langs wegen en sloten. De beste waarnemingsmaanden zijn eind juni tot begin augustus.
Alle Taphrina-soorten zijn parasitair op levende planten (biotrofe parasieten). Het grootste deel van het jaar leven ze als gisten ongezien op de waardplant waar ze geen mycelium van hyfen of draden en geen vruchtlichamen vormen. De asci bevinden zich eenvoudigweg op de oppervlakte van de gal. De asci zijn er maar een korte periode van het jaar. In het voorjaar infecteert de schimmel de uitlopende knoppen; de plant reageert daarop met de vorming van gallen, die bij T. sadebeckii de vorm van kleine bladblazen hebben. Er wordt van uitgegaan, dat alle Taphrina-soorten waardspecifiek zijn. Een juiste determinatie van de waardplant is dan ook van belang. In Nederland is T. sadebeckii een vrij zeldzame soort. Theoretisch gezien kan deze voorkomen daar waar elzen staan, bijvoorbeeld langs wegen en sloten. De beste waarnemingsmaanden zijn eind juni tot begin augustus.
Groep: Paddenstoelen
Substraatvoorkeur: bladeren, aan de plant (41)